Sociaal onaangepast

De plaats: Kortrijk.
Het tijdstip: iets te vroeg om mijn teerbeminde af te halen van haar werk.

Op zo’n momenten ga ik wandelen en kijken of er niets te fotograferen valt. Ik kom op de Grote Markt voorbij een apotheek genoemd naar een groenachtig, vleesetend, watervertoevend monster. De Franse naam natuurlijk. Niet vergeten dat we ons nog altijd in Kortrijk bevinden. Ik herinner me iets wat de tandarts mij heeft aangeraden. Aangezien ik nog wat tijd over heb, ga ik de apotheek binnen. In de buik van het pand beland, zie ik dat één van de werkneemsters vrij is. Ik kijk haar aan en stuur een innemende glimlach waar de gemiddelde heteroseksuele vrouw lichtjes incontinent van wordt. Hier ketst hij echter lelijk af tegen een muur van wat ik spontaan hersendoodheid zou noemen.

Wanneer ik bij de toonbank ben gekomen, blijft ze me uitdrukkingsloos aanstaren en pulkt iets uit haar neus met een onbeschaamde lethargische beweging. De wijsvinger gaat goed diep naar binnen en de neusvleugel puilt beangstigend ver uit onder de druk. Het eerste vingerkootje buigt zich om de vuile nagel optimaal contact te laten maken met wat het ook is dat daarbinnen dient verwijderd te worden. Dan komt de vinger weer naar buiten.

Even ben ik sprakeloos, maar dan geef ik een verwarde uitleg over wat ik zoek. Ze mompelt verveeld een vraag waarop ik geen bevredigend antwoord weet te vormen, waarna ze zonder een woord verdwijnt in de voorraadkamer. Ze keert terug met het juiste doosje dat ze op de toonbank kiepert. “Dat is het!” zeg ik en glimlach nog eens tevergeefs. “Kan ik met bancontact betalen?”. Ze negeert me straal en loopt weg. Verbaasd kijk ik haar na tot ik besef dat ik haar blijkbaar moet volgen naar een andere toonbank. Daar is een collega haar net voor om een chique Madame te laten betalen. Tovert ze daar wel geen glimlach tevoorschijn? “Oh doe jij maar eerst hoor!” zegt ze vriendelijk.

Dan is het mijn beurt om te betalen. Opnieuw is elk woord of elke vorm van elementaire beleefdheid in mijn richting verspilde energie. Daar is de zombieblik weer, en oh ja, daar gaat de vinger weer in de neus. Dit keer blijft ze me gedurende het smakelijke proces keihard in het gezicht kijken. Van puur ongeloof proest ik een lachje uit. Blijkbaar moet er toch iets tot haar amfibisch bewustzijn doordringen, want ze kijkt weg. Ik betaal en wens haar nog een goeiedag, maar dat blijft natuurlijk onbeantwoord.

Tags: , ,
November 18, 2007 in: breinstilstand, output

verwante artikelen

5 Comments

your comment

*Required Fields

RSS-feed for these comments