Een zwart bolletje wol met roze tong keft lustig een bromfietser achterna. Na een tiental meter beseft het de nutteloosheid hiervan en besluit huiswaarts te trippelen. Dan krijgt het mij echter in de gaten. Op mijn fiets maak ik heel wat minder vaart dan zijn vorige prooi. Bovendien is het gezonder voor de luchtwegen om iets te achtervolgen dat geen uitlaatgassen uitscheidt, toch niet als de bestuurder zijn manieren houdt. Redenen genoeg om opnieuw de aanval in te zetten.
Ik stop echter en buig me voorover om het koddige ding te aaien. Ik durf te wedden dat het een kruising is tussen een zwarte poedel en een Yorkshire Terrier, want het lijkt enorm op ons Kisjoetje zaliger. Het hondje deinst achteruit en loopt naar zijn vrouwtje die de hele tijd al half verstaanbare Roeselaarse dreigementen staat te roepen.
Daarop rijd ik verder, maar het mormeltje zet onmiddellijk weer de achtervolging in. Ik stop opnieuw en maan het aan om terug te keren naar zijn vrouwtje. Ik glimlach naar haar waarop ze zegt: “Geef hem anders maar een stamp!”

