Mijn vrouw en ik bezoeken onze nieuwbouw. Het is al een heel stuk gevorderd en ligt op een heel andere plaats: in een soort landelijk Frans dorpje vol heuvels.
Het huis staat op een hoge steile heuvel. De zolder is heel speciaal. De top van het zadeldak komt uit in een kubusruimte, een soort extra kamer bovenop het dak. Daarrond is er een tuin vol donkere katten die aanhankelijk zijn op het beangstigende af. De buren hebben een soortgelijke tuin vol zwarte kippen. Ik ben onder de indruk van de grootte van ons huis en de bijzondere dakkamertuin. Ik wandel er in rond en keer tenslotte terug naar beneden. Hierbij moet ik de opdringerige katten op afstand houden door ze achter een houten deurtje met ijzeren gaas te steken. Het duurt even voor dit lukt.
Samen met mijn liefste doorloop ik nog eens alle kamers van het huis en begin dingen op te merken die mij niet aanstaan. Zo is er een gaatje ter grootte van een oog in de vloer van mijn hobbykamer, met recht daarboven een rood lichtje aan het plafond dat door het gat naar beneden schijnt tot in de garage (met nog een extra kamer-met-gaten op de verdieping ertussen). Ik wind me er wat over op, maar dan ontdek ik iets ergers. In elke kamer die we binnenkomen vlucht er een zwarte wolk weg van ons. Telkens we in een volgende kamer komen, glipt de wolk net naar buiten door een deur of een raam.
Telkens we ons huis bezoeken is die zwarte wolk er ook. De dag dat we op punt staan om te verhuizen is het zo erg geworden dat ik er een van de vorige eigenaressen over aanspreek. Eerst doet ze alsof ze niet weet waarover ik het heb, maar dan ‘lok ik haar in de val’ door terloops te vragen: “Die zwarte wolk, heb je daar veel last van gehad?”
Haar gezichtsuitdrukking en de spontane “wel,…” die ze uitspreekt, verraden haar. Ze beseft dat liegen geen zin meer heeft en vertelt dat de wolk je niet zal vermoorden of zo, maar dat het je temidden de nacht besluipt, zich rond je hart wikkelt tot het even stilstaat en je erdoor wakker schiet. Dan glipt de wolk snel weer weg. Dit doet het elke nacht opnieuw.
Ik panikeer en zeg tegen mijn vrouw dat ik hier niet wil wonen, dat ik vandaag niet verhuis, dat ik desnoods elders ga slapen.
Dan is het bijna donker, het is avond en we zijn in onze nieuwe slaapkamer. Die is grotendeels diep donkerblauw geschilderd, ook de ouderwetse afgeronde meubels die erin staan. Ik vind het heel lelijk en deprimerend. Dan herinner ik me de zwarte wolk en opnieuw in paniek zeg ik dat ik hier weg wil. Mijn vrouw neemt het niet serieus en wil dat we gaan slapen. Ik weiger en word tenslotte angstig wakker.

